Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 164.365,-en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde en haar raadsman
€ 164.365,-.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 164.365,-.
honderdvierenzestig duizend driehonderdvijfenzestig euro)
€ 164.365,-(
honderdvierenzestig duizend driehonderdvijfenzestig euro)