Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
.
1.De vordering
€ 82.655,00en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van veroordeelde en zijn raadslieden
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 23.126,75.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 23.126,75 (drieëntwintig duizend honderdzesentwintig euro en vijfenzeventig eurocent).
€ 23.126,75ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.