Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
DGB Energie B.V.
gemachtigde: Argus B.V.
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure vordert DGB Energie B.V. betaling van een opzegvergoeding en resterende hoofdsom van een energieovereenkomst tegen de gedaagde. De kern van het geschil betreft de vraag of de gedaagde als consument of zakelijk afnemer moet worden aangemerkt. De kantonrechter concludeert dat de gedaagde als consument kwalificeert, mede vanwege de inhoud van de overgelegde overeenkomst en het ontbreken van voldoende bewijs dat de energie zakelijk werd afgenomen.
Vervolgens toetst de rechter ambtshalve de naleving van de precontractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in Boek 6 BW, titel 5, afdeling 2B, en stelt vast dat DGB Energie hieraan heeft voldaan. De gevorderde opzegvergoeding wordt deels toegewezen tot het maximum van €125,00 voor consumenten, conform de toepasselijke algemene voorwaarden en ACM-richtlijnen.
De gedaagde betwist betaling van een deel van de opzegvergoeding die volgens hem ten onrechte in de eindnota gas is opgenomen, maar de kantonrechter wijst verrekening en tegenvordering af wegens termijnoverschrijding. Daarnaast worden de in rekening gebrachte aanmaningskosten afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke rente wordt toegewezen over het toegewezen bedrag. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.043,32 met wettelijke rente en opzegvergoeding van maximaal €125,00, aanmaningskosten worden afgewezen.