Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2022 in de zaak tussen
[naam 1], te [woonplaats], hierna: eiseres
Rechtbank Noord-Holland
De ex-werkneemster was sinds november 2014 in dienst en meldde zich ziek op 21 mei 2017. Na toekenning van een vervroegde IVA-uitkering werd de arbeidsovereenkomst op 1 december 2018 met wederzijds goedvinden ontbonden, waarbij een transitievergoeding werd betaald. De werkgever verzocht compensatie van deze vergoeding, maar dit werd afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst eindigde vóór het einde van het wettelijke opzegverbod van twee jaar ziekte.
De werkgever stelde dat de wachttijd van 104 weken wel was voltooid omdat de werknemer al eerder ziek was bij een andere werkgever met dezelfde ziekteoorzaak. De rechtbank oordeelde dat het opzegverbod en de compensatie uitsluitend zien op het dienstverband bij de betreffende werkgever, zodat eerdere ziekte bij een andere werkgever niet meetelt.
Ook het argument dat de wet onredelijke gevolgen heeft vanwege de vervroegde IVA-uitkering werd verworpen. De wetgever heeft duidelijke voorwaarden gesteld waaraan niet kan worden afgeweken. De vermeende tegenstrijdige informatie op de website van de uitvoerder bood geen grond voor afwijking.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever geen recht heeft op compensatie en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever op compensatie van de transitievergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd vóór het einde van het opzegverbod wegens ziekte.