ECLI:NL:RBNHO:2022:3922
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter in ondertoezichtstelling zaak
De verzoekster heeft tijdens de behandeling van een ondertoezichtstellingszaak voor haar zesjarige zoon een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter. Zij stelde dat de rechter onvoldoende kritisch was jegens de Raad voor de Kinderbescherming en dat de procedure een ontoelaatbare inmenging in haar privéleven betekende.
De rechter heeft het wrakingsverzoek afgewezen en de wrakingskamer heeft het verzoek vervolgens inhoudelijk behandeld. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter juist kritisch was geweest richting de Raad en zowel de Raad als verzoekster kritisch had bevraagd. De rechter had nog geen oordeel gevormd over de ondertoezichtstelling.
De wrakingskamer overwoog dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De vrees van verzoekster werd niet objectief gerechtvaardigd geacht, omdat de rechter zijn taak naar behoren had vervuld en geen aanwijzingen voor partijdigheid waren gevonden.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking af en beval dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen omdat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is.