ECLI:NL:RBNHO:2022:363
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding en huurprijsvermindering wegens gebreken chalet
Een huurder vorderde van zijn verhuurder schadevergoeding wegens gebreken aan een gehuurd vakantiechalet en huurprijsvermindering. Hij stelde dat de verhuurder de huurovereenkomst onrechtmatig had opgezegd en dat het chalet in slechte staat verkeerde, waardoor zijn huurgenot was aangetast.
De verhuurder betwistte de vorderingen en stelde dat het chalet niet onbewoonbaar was, dat klachten adequaat waren opgepakt en dat de huurder zelf was vertrokken. De kantonrechter oordeelde dat niet was gebleken dat de verhuurder de huurovereenkomst had opgezegd en dat de huurder onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van tekortkoming.
Verder werd geoordeeld dat voor schadevergoeding een ingebrekestelling vereist is, die ontbrak. Ook de huurprijsvermindering werd afgewezen vanwege de wettelijke vervaltermijn van zes maanden. De gevorderde immateriële schadevergoeding werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden op nihil gesteld en kwamen voor rekening van de huurder.
Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding en huurprijsvermindering worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van ingebrekestelling.