ECLI:NL:RBNHO:2022:3577
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling wegens belangen minderjarige met autisme
De rechtbank Noord-Holland heeft op 20 april 2022 uitspraak gedaan in een zaak over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling van een minderjarige met een stoornis in het autistisch spectrum. De vader heeft na het lezen van de mening van de minderjarige besloten geen contact meer te zoeken en gaat akkoord met het eenhoofdig gezag voor de moeder.
De rechtbank overweegt dat het onwenselijk is dat de vader het contact heeft verbroken, zeker omdat de minderjarige dit niet wil en behoefte heeft aan contact zonder aanwezigheid van de partner van de vader. De omgangsregeling uit 2020 wordt daarom beëindigd omdat deze strijdig is met het belang van het kind.
De moeder krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen op grond van artikel 1:253n BW, omdat er sprake is van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem raakt tussen de ouders en geen verbetering wordt verwacht. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag; de omgangsregeling wordt beëindigd.