ECLI:NL:RBNHO:2022:3402

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
20 april 2022
Zaaknummer
9653504 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 RVV 1990Art. 62 RVV 1990Art. 3 lid 2 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder kaart

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder de daarvoor vereiste gehandicaptenparkeerkaart. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond of niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier voldoende bleek dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd daadwerkelijk had plaatsgevonden. Het verkeersbord dat het parkeerverbod op de gehandicaptenparkeerplaats aanduidde, stond ten tijde van de overtreding op de juiste plek. Volgens artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) zijn weggebruikers verplicht om de verkeerstekens te volgen, ongeacht of het bord volgens de wettelijke voorschriften is geplaatst.

Betrokkene voerde geen argumenten aan die twijfel konden zaaien over de juistheid van de gegevens of het dossier. De kantonrechter zag daarom geen reden om de boete te matigen of het beroep gegrond te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.

Tegen deze uitspraak kan betrokkene hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de uitspraak, mits de boete hoger is dan €70.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9653504 \ WM VERZ 22-62
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De onder 1. genoemde gedraging is een overtreding van artikel 26, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel houdt in:
''Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd:
a. een gehandicaptenvoertuig, indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte;
b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht, indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt, dan wel met het vervoer van een of meerdere personen die in een instelling verblijven, indien de kaart aan het bestuur van die instelling is verstrekt; of
c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig.''
Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Ten tijde van de gedraging stond het bord er. De bebording is leidend voor de weggebruiker. Artikel 62 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) stelt vast de gedragsregel dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden, zonder dat onderscheid wordt gemaakt of de verkeerstekens al dan niet met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke voorschriften zijn geplaatst. Het staat dan ook niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersbord overeenkomstig de voorschriften en terecht is geplaatst. Zolang het bord er staat mag er niet geparkeerd worden zonder gehandicpatenparkeerkaart.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: