ECLI:NL:RBNHO:2022:3176

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
9455217 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete voor rijden zonder achterlicht op fiets terecht opgelegd

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet voeren van een zichtbaar achterlicht op de fiets tussen zonsondergang en zonsopgang. Betrokkene voerde aan dat zij recent was gecontroleerd en dat het achterlicht vaker uitviel, maar kon onvoldoende feiten aanvoeren die de verklaring van de verbalisant in twijfel trokken.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verscheen betrokkene niet, maar de kantonrechter nam het schriftelijke standpunt van de officier van justitie in overweging.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat eerdere waarschuwingen niet verhinderen dat bij een tweede overtreding een boete wordt opgelegd. Ook werd niet vastgesteld dat de verbalisant had gezegd dat er geen boete zou volgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het niet voeren van een achterlicht op de fiets wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9455217 \ WM VERZ 21-492
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 18 februari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2022. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een schriftelijk standpunt ingenomen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: geen voortdurend zichtbaar wit/geel licht a.d. voorzijde en/of zichtbaar rood licht a.d. achterzijde van fiets voeren.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: De fiets(er) voerde op een tijdstip welke was gelegen tussen zonsondergang en zonsopgang aan de achterzijde geen licht. (…) Tijdens de fietsverlichting controle hebben wij de betrokkene staande gehouden. Haar fietsverlichting aan de achterzijde deed het ten tijde van de controle niet. Hierop gaf de betrokkene aan net te zijn gecontroleerd door collega’s en dat toen alles in orde was. Ik, verbalisant, wilde controleren of mevrouw echt al was gecontroleerd, omdat ik haar manier van communiceren bijzonder vond. In eerste instantie gaven collega’s aan de betrokkene niet te hebben gecontroleerd. Naderhand was er een communicatiefout en was de betrokkene wel al gecontroleerd. Betrokkene liet duidelijk merken dat zij het niet eens was met de bekeuring. Tijdens de aanzegging van de bekeuring gaf de betrokkene aan dat haar achterlicht vaker het ineens niet meer deed. (…)”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat betrokkene eerder een waarschuwing had gekregen voor rijden zonder achterlicht, maakt niet dat er bij een tweede controle geen boete mag worden opgelegd. Dat er door de verbalisant zou zijn gezegd dat dit niet zou worden beboet, is niet komen vast te staan De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: