Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2022 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt dat het de bedoeling is van de NOW-regeling dat de loonsom in de periode dat eiser NOW 1 ontvangt zoveel mogelijk gelijk blijft. Die verplichting stelt de regeling aan werkgevers. Als de loonsom toch lager is geworden heeft dat gevolgen voor de definitieve tegemoetkoming, waarbij het niet uitmaakt wat daarvoor de reden is. Volgens verweerder is het niet mogelijk om van de bepalingen in de regeling af te wijken. Afwijken van de regelgeving zou tot gevolg hebben dat de doelstelling – snel en eenvoudig vele aanvragen behandelen – niet gehaald kan worden. Er kan geen maatwerk geleverd worden. De wetgever heeft ook bewust geen hardheidsclausule opgenomen. De enige uitzondering geldt voor de uitbetaling van de 13e maand en het vakantiegeld. Die kunnen eenvoudig uit de loonsom worden gefilterd. Verweerder kan zich voorstellen dat het besluit voor verzoeker aanvoelt als een strafkorting, maar dat is het niet.
De definitieve subsidie volgens het eerste lid van artikel 7, van de NOW 1 bedraagt, gelet op de omzetdaling van 31% (factor A) en de loonsom van januari 2020 van € 2490,- (factor B), € 2709,37 (= (31% x € 2490) x 3 x 1,3 x 0,9).
2208,49 -terug te vorderen bedrag € 4883,51