ECLI:NL:RBNHO:2022:3032
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs verkrachting en ontucht bij seksuele handelingen met minderjarige
De rechtbank Noord-Holland heeft op 15 maart 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 2001, die werd verdacht van verkrachting en subsidiair ontucht gepleegd op 4 november 2019 met een minderjarige.
De tenlastelegging betrof meerdere seksuele handelingen waarbij sprake zou zijn geweest van dwang door geweld, bedreiging of een andere feitelijkheid. De verdachte en aangeefster kenden elkaar via een stiefbroer en hadden een langdurig vriendschappelijk contact. Op de dag van het incident hadden zij consensuele seksuele contacten.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak, omdat het bewijs voor dwang ontbrak en het ontuchtige karakter van de handelingen niet bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan verkrachting en dat de seksuele handelingen geen ontuchtig karakter hadden vanwege het geringe leeftijdsverschil en de gelijkwaardige relatie.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van verkrachting en ontucht.