ECLI:NL:RBNHO:2022:2724

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 maart 2022
Publicatiedatum
30 maart 2022
Zaaknummer
9558374 BM VERZ 21-2704 ten 9770395 BM VERZ 22-765
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van bewind over goederen verzoekers wegens zelfstandigheid en communicatieproblemen

Verzoekers hebben bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om opheffing van het bewind dat op 16 mei 2019 over hun goederen was ingesteld. Aanvankelijk verzocht alleen de heer om opheffing, maar tijdens de mondelinge behandeling op 9 maart 2022 deed ook de mevrouw dit verzoek. Beide verzoekers gaven aan dat zij hun financiën weer zelfstandig willen beheren en daartoe in staat zijn. Tevens uitten zij ontevredenheid over de communicatie met de bewindvoerder.

De bewindvoerder erkende de klacht over communicatie niet, maar was van mening dat het bewind opgeheven kon worden omdat voortzetting niet langer noodzakelijk was. De kantonrechter heeft de stukken en de mondelinge behandeling meegewogen en geoordeeld dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat.

Daarom heeft de kantonrechter het bewind met ingang van twee weken na de uitspraak opgeheven. Tevens is vastgesteld dat de bewindvoerder eenmalig een vergoeding van € 264,00 exclusief btw mag rekenen voor de werkzaamheden omtrent de eindrekening en verantwoording. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het bewind over de goederen van verzoekers wordt opgeheven met ingang van twee weken na de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummers: 9558374 \ BM VERZ 21-2704 en 9770395 \ BM VERZ 22-765 MK
Uitspraakdatum:

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats verzoeker] op [geboortedatum verzoeker] ,
en
[verzoekster] ,
geboren te [geboorteplaats verzoekster] op [geboortedatum verzoekster] ,
van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
van wie als bewindvoerder is aangesteld:
Bewindvoering aan Zee B.V.,
gevestigd te Den Helder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek, ter griffie ingekomen op 22 november 2021;
  • de reactie van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 15 december 2021;
  • de brief van verzoekers, ter griffie ingekomen op 20 januari 2022.
Op 9 maart 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

beoordeling

Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 16 mei 2019 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoekers (zullen) toebehoren.
Aanvankelijk heeft alleen [verzoeker] om opheffing van het bewind verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 maart 2022 heeft ook [verzoekster] om opheffing verzocht. Beide verzoekers geven aan dat zij hun financiën weer graag zelfstandig willen beheren en dat zij hiertoe prima in staat zijn. Daarnaast zijn verzoekers niet tevreden over de communicatie met de bewindvoerder.
Ondanks dat de bewindvoerder zich niet kan vinden in de klacht over de communicatie, is zij van oordeel dat het bewind kan worden opgeheven. Zij acht voortzetting van het bewind niet langer noodzakelijk.
Gelet op de stukken en de aantekeningen van de mondelinge behandeling zal de kantonrechter het bewind opheffen. Verzoekers hebben aannemelijk gemaakt dat de noodzaak daartoe niet meer bestaat.

beslissing

De kantonrechter:
  • heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 16 mei 2019 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] en [verzoekster] ;
  • verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
  • stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 264,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter