Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind dat op 16 september 2020 was ingesteld vanwege problematische schulden. Hij stelt dat hij als zzp-er aan de slag kan als timmerman en dat bewindvoering en ondernemerschap niet samen kunnen gaan. Betrokkene geeft aan na opheffing zelf zijn schulden te zullen aflossen met ondersteuning van een budgetbeheerder, een boekhouder en begeleiding van 123Moos.
De bewindvoerder betoogt dat de problematische schulden nog steeds aanwezig zijn, er beslag ligt op de uitkering en dat budgetbeheer niet voldoende is omdat het niet de volledige financiële controle biedt. Er is ook gewezen op de mogelijkheid om in loondienst te werken, gezien de werkgelegenheid in de bouwsector.
De kantonrechter overweegt dat de problematische schulden voortduren en dat betrokkene onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn situatie anders is dan bij het eerdere verzoek tot onderbewindstelling. Het feit dat betrokkene een budgetbeheerder wil inschakelen is niet voldoende omdat dit vrijblijvend is en niet de volledige financiële zorg uit handen neemt. Gezien het eerdere mislukken van zelfstandigheid en de aanhoudende schulden wordt het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen.