ECLI:NL:RBNHO:2022:2683

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2022
Publicatiedatum
29 maart 2022
Zaaknummer
9536282 \ BM VERZ 21-2741
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing bewind wegens voortbestaan problematische schulden

Betrokkene verzocht de rechtbank om het bij beschikking van 22 november 2018 ingestelde bewind op te heffen. Zij gaf aan dat het bewind al drie jaar loopt zonder dat er zicht is op schuldafwikkeling en dat zij onvoldoende leefgeld ontvangt. Betrokkene werkt fulltime en wil haar schulden zelf oplossen met hulp van haar zus, een maatschappelijk werker. Zij kampt met ernstige gezondheidsproblemen.

De bewindvoerder verklaarde dat nog geen aanvraag voor schuldhulpverlening kon worden gedaan omdat over de afgelopen vijf jaar geen correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan, mede doordat betrokkene haar inkomsten als partyconsulente niet heeft opgegeven. De bewindvoerder heeft herhaaldelijk om deze informatie verzocht.

De kantonrechter oordeelde dat de gronden voor onderbewindstelling, met name problematische schulden, nog steeds aanwezig zijn. Het niet aanleveren van de benodigde gegevens door betrokkene is niet te wijten aan de bewindvoerder. Daarom kan het bewind nog niet worden opgeheven. Het verzoek tot opheffing werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen omdat de gronden voor onderbewindstelling nog bestaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 9536282 \ BM VERZ 21-2741 GS
Uitspraakdatum: 25 maart 2022

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoekster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie de bewindvoerder is:
Stichting Schuldvrij,
gevestigd te Alkmaar.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 9 november 2021;
  • het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 8 december 2021;
  • de reactie van betrokkene, ingekomen op 30 december 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 14 maart 2022 online via Teams plaatsgevonden.

beoordeling

Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 november 2018 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.
Betrokkene heeft het verzoek, zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. Het bewind loopt al drie jaar, maar er is nog niets geregeld voor de schulden. Betrokkene heeft geen inzage in haar financiën. De bewindvoerder geeft aan dat er geen financiële buffer is, terwijl betrokkene fulltime werkt. Betrokkene krijgt € 60 leefgeld en moet daar ook kleding en benzine van kopen. Als zij vraagt om extra geld geeft de bewindvoerder aan dat daar geen ruimte voor is. De bewindvoerder is slecht bereikbaar en geeft soms pas twee weken later antwoord. De zus van betrokkene is maatschappelijk werker en heeft de schuldeisers benaderd. Veel van hen zijn bereid mee te werken aan een schuldenregeling. Betrokkene heeft geen vertrouwen meer in de bewindvoerder en wil de schulden zelf oplossen met de hulp van haar zus. Betrokkene is hartpatiënt en moet bezuinigen op haar boodschappen waardoor zij vaak genoeg geen warme maaltijd eet. Zij is het afgelopen jaar met spoed opgenomen in verband met hartklachten en het uitvallen van een nier. Daarnaast is zij astmapatiënt. Deze hele toestand komt haar gezondheid niet ten goede.
De bewindvoerder heeft verklaard dat zij nog geen aanvraag heeft kunnen doen voor een schuldhulpverleningstraject, omdat geen correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan over het afgelopen vijf jaar. Betrokkene werkt in de kinderopvang en heeft daarnaast inkomsten als partyconsulente. Er moet daarom aangifte voor inkomsten ‘uit overig werk’ worden gedaan. Hiervoor is het nodig dat betrokkene haar inkomsten in kaart brengt zodat er aangifte gedaan kan worden. De bewindvoerder heeft hier diverse keren om gevraagd. Het bewind kan nog niet worden opgeheven. Er moeten eerst zaken uitgezocht worden om tot een goede afwikkeling van de schulden te kunnen komen.
Ter beoordeling ligt de vraag of de gronden die destijds aanleiding hebben gegeven tot onderbewindstelling nog bestaan. Het bewind is ingesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat nog sprake is van problematische schulden. De bewindvoerder heeft nog geen aanvraag voor een schuldhulpverlening kunnen doen, omdat daarvoor nodig is dat over de afgelopen vijf jaar correcte aangiftes inkomstenbelasting zijn gedaan. De bewindvoerder heeft betrokkene meerdere keren verzocht informatie te verstrekken over haar inkomsten als partyconsulente. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek verklaard dat het vanwege haar slechte gezondheid niet is gelukt om de gevraagde gegevens aan te leveren. Naar het oordeel van de kantonrechter is het gelet op het bovenstaande niet te wijten aan de bewindvoerder dat nog geen stappen zijn gezet richting een schuldhulpverleningstraject. Indien betrokkene van haar schulden af wil, zal zij de gevraagde gegevens moeten aanleveren bij haar bewindvoerder. De gronden van het bewind zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet komen te vervallen. De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het bewind daarom afwijzen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter