Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
“Rest mij een vraag wat er bij de laatste schade waar de rechterkoplamp is gebleven. Deze functioneerde nog en wil ik wel terug hebben.”
Rechtbank Noord-Holland
Op 19 juni 2019 was gedaagde betrokken bij een lichte aanrijding met zijn Volvo XC60. De auto werd aangeboden bij een Volvodealer die het herstel uitbesteedde aan eiseres. Tijdens de herstelwerkzaamheden bleek dat een koplamp vervangen moest worden, wat niet in de oorspronkelijke calculatie was opgenomen. De verzekeraar van gedaagde vergoedde de herstelkosten minus het eigen risico van €150.
Eiseres vorderde betaling van dit eigen risico plus wettelijke rente en incassokosten van gedaagde. Gedaagde erkende de schuld, maar stelde een opschortingsrecht in omdat hij de kapotte koplamp, die hij vooraf had aangegeven terug te willen, nog niet had ontvangen.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd dat hij tijdig om teruggave van de koplamp had gevraagd. De e-mail waarin hij dit stelde dateerde van na de herstelwerkzaamheden. Gezien de omstandigheden werd het beroep op opschorting verworpen en werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het eigen risico, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.