ECLI:NL:RBNHO:2022:2599

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2022
Publicatiedatum
25 maart 2022
Zaaknummer
C/15/308728 / FA RK 20-5608
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:253t BWArt. 1:20 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing éénouderadoptie door duovader na beëindiging gezamenlijk gezag

De rechtbank Noord-Holland heeft op 25 maart 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende éénouderadoptie door de duovader van een minderjarige. Na een eerdere beschikking waarbij het gezamenlijk gezag van de vader en draagmoeder werd beëindigd en het gezag aan de vader alleen werd toegekend, werd het verzoek tot adoptie aangehouden tot nader onderzoek.

In de procedure verklaarden de vader, duovader en draagmoeder zich allen akkoord met de adoptie. De minderjarige gaf in een kindgesprek aan geen bezwaren tegen de adoptie te hebben. De Raad voor de Kinderbescherming gaf eveneens geen bezwaar tegen het verzoek.

De rechtbank stelde vast dat de vader en duovader sinds de geboorte de feitelijke verzorgers zijn en dat de draagmoeder geen opvoedingsrol heeft. De draagmoeder heeft afstand gedaan van haar ouderlijke rechten en plichten, en het is redelijkerwijs te voorzien dat de minderjarige niets meer van haar als ouder te verwachten heeft. De adoptie is in het kennelijk belang van het kind, omdat het een juridische familieband met de duovader creëert die aansluit bij de feitelijke situatie.

De rechtbank besloot de adoptie toe te wijzen en de geslachtsnaam van de minderjarige ongewijzigd te laten. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door rechter M.A.J. Berkers.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot éénouderadoptie door de duovader toe en laat de geslachtsnaam van de minderjarige ongewijzigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/308728 / FA RK 20-5608
beschikking van 25 maart 2022 betreffende éénouderadoptie
gegeven op het verzoek van:

1.[verzoeker 1] ,

2.
[verzoeker 2],
beiden aanvankelijk wonende te [plaats] ,
beiden thans wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader respectievelijk de duovader,
advocaat: mr. P.K. de Blieck-Willemsen, kantoorhoudende te Vaassen.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de (draag)moeder]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: de (draag)moeder.

1.Verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van deze rechtbank, locatie Alkmaar, van 23 december 2021.
1.2
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 februari 2022 in aanwezigheid van de vader en de duovader, bijgestaan door mr. P.K. de Blieck-Willemsen, en de draagmoeder.
1.3
De minderjarige [naam] heeft haar mening kenbaar gemaakt in een gesprek met de kinderrechter op 4 februari 2022.
Ter zitting heeft de kinderrechter een samenvatting gegeven van het gesprek met de minderjarige.

2.Feiten en omstandigheden

2.1
Deze rechtbank, locatie Alkmaar, heeft in de beschikking van 23 december 2021:
a. uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat het gezamenlijk gezag van de vader, [verzoeker 1] , en [de (draag)moeder] , wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de draagmoeder) over de minderjarige [naam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (hierna te noemen: [de minderjarige] ) wordt beëindigd en dat de vader alleen het gezag over [de minderjarige] toekomt;
b. de behandeling van het verzoek tot adoptie aangehouden tot een mondelinge behandeling op een nader te bepalen datum en tijdstip.
3 Standpunten
3.1
De vader en de duovader hebben in het verzoekschrift aangevoerd dat zij sinds 2001 een affectieve relatie met elkaar hebben en samenwonen. Omdat zij een sterke kinderwens hadden, hebben zij de draagmoeder benaderd, die zich bereid verklaard heeft om draagmoeder voor de vader en de duovader te zijn. Zij hebben duidelijke afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een donorovereenkomst. De vader en de draagmoeder zijn in april 2007 een traject van laagtechnologisch draagmoederschap ingegaan, waarna op [geboortedatum] [de minderjarige] is geboren. Zij is door de vader erkend op 12 januari 2011. Hij heeft in mei 2020 mede het gezag over [de minderjarige] verkregen. [de minderjarige] wordt sinds haar geboorte feitelijk opgevoed en verzorgd door de vader en de duovader. De draagmoeder heeft nooit de intentie gehad om [de minderjarige] op te voeden dan wel te verzorgen. Het is de uitdrukkelijke wens van de draagmoeder dat de vader en de duovader beiden worden belast met het gezag over [de minderjarige] en dat de duovader [de minderjarige] zal adopteren. De vader en de duovader zijn van mening dat de adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] is en dat zij niets meer van de draagmoeder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Ook aan alle andere vereisten is volgens hen voldaan.
Ter zitting hebben de vader en de duovader desgevraagd aangegeven dat zij dit verzoek nu pas doen, omdat de vader gezondheidsproblemen heeft. De vader en de duovader zijn altijd al als sociale ouders van [de minderjarige] naar de buitenwereld opgetreden. De situatie dat [de minderjarige] twee vaders heeft en een moeder, heeft nooit tot problemen geleid. Er was eerder dan ook geen directe aanleiding om de zaken formeel te regelen. De vader en de duovader zijn van plan op 28 juli 2022 in het huwelijk te treden. Dit is de datum dat zij 21 jaar samen zijn. Mede gelet op de gezondheidstoestand van de vader, willen de vader en de duovader dat de duovader ook juridisch ouder wordt van [de minderjarige] en dat de juridische situatie wordt aangepast aan de feitelijke situatie.
3.2.
[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter gezegd blij te zijn dat haar vader [naam duovader] haar wil adopteren. Ze vindt het niet erg dat haar moeder dan niet meer haar juridische ouder is, omdat de rol van haar moeder in haar leven daardoor niet zal veranderen. [de minderjarige] logeert twee of drie keer per maand bij haar moeder en heeft ook een goed contact met haar broers en zus van moederszijde. Zij is zelfs al tante. Bij haar vaders heeft [de minderjarige] het heel fijn en goed. Als het adoptieverzoek zou worden afgewezen, zou [de minderjarige] vooral teleurgesteld zijn voor vader [naam duovader] . Voor haar zou het niet veel uitmaken, omdat zij zich ook nu al verwant voelt met hem.
3.3.
De draagmoeder heeft in een bij het verzoekschrift gevoegde verklaring aangegeven dat zij wist waar ze aan begon en graag onderdeel wilde zijn van de kinderwens van de vader en de duovader. Ze is blij en trots als ze [de minderjarige] ziet, en als ze ziet hoe [de minderjarige] opgroeit. Hoewel de verstandhouding onderling goed is, ziet ze graag dat de duovader ook juridisch vader wordt. Ter zitting heeft zij bij dit standpunt gepersisteerd.

4.Verdere beoordeling

4.1
Aan de orde is nog het verzoek, zoals gewijzigd, van de vader en de duovader primair om de adoptie uit te spreken van [de minderjarige] door de duovader en subsidiair om de duovader mede te belasten met het gezag over [de minderjarige] .
4.2
Het verzoek tot adoptie is mede namens de vader ingediend. Hij stemt dus in met het verzoek tot adoptie door de duovader. Ook de draagmoeder stemt in met de adoptie.
4.3
[de minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter geen blijk gegeven van bezwaren tegen de adoptie.
4.4
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) heeft per e-mail van 10 juni 2021 laten weten dat is besloten dat de Raad nu geen verder onderzoek gaat doen en dat geen bezwaar bestaat tegen het verzochte.
4.5
De beoordeling van het verzoek dient te geschieden aan de hand van de in artikel 1:227 BW Pro genoemde gronden voor adoptie en aan de in artikel 1:228 BW Pro genoemde voorwaarden voor adoptie. De rechtbank overweegt als volgt.
4.6
Artikel 1:227, derde lid, BW bepaalt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 228, wordt voldaan.
4.7
Aan de hand van de stukken en het besprokene op de zitting stelt de rechtbank vast dat de vader en de duovader meteen na de geboorte van [de minderjarige] de dagelijkse zorg voor haar op zich hebben genomen. [de minderjarige] heeft een goede band met haar beide vaders. De draagmoeder heeft vanaf de geboorte van [de minderjarige] op regelmatige basis contact met haar gehad en dat is nog steeds zo. [de minderjarige] logeert een aantal keer per maand bij haar moeder en heeft ook goed contact met haar halfbroers en halfzus. Het gezag over [de minderjarige] berustte tot 20 mei 2020 bij de draagmoeder; vanaf die datum is de vader mede met het gezag over [de minderjarige] belast. De gezagsbeslissingen over [de minderjarige] zijn steeds in goed onderling overleg genomen, waarbij de beslissingen die de vaders in het belang van [de minderjarige] achtten, steeds zijn ondersteund door de gezaghebbende moeder. De moeder heeft ermee ingestemd dat in 2021 haar gezag werd beëindigd en staat achter de adoptie door de duovader. Zij heeft daarmee bewust afstand gedaan van haar ouderlijke rechten en plichten. Wel heeft zij aangegeven dat zij altijd voor [de minderjarige] beschikbaar zal zijn als het nodig is.
4.8
Uit het voorgaande blijkt dat de dagelijkse zorg en (financiële) verantwoordelijkheid voor [de minderjarige] sinds haar geboorte worden gedragen door de vader en de duovader samen, en dat het de bedoeling van alle betrokkenen is dat dit zo blijft. De vaders hebben in samenspraak met de moeder besloten de opvoeding van [de minderjarige] op deze manier vorm te geven en de moeder heeft er uitdrukkelijk mee ingestemd een liefhebbende rol op de achtergrond te spelen. Daarmee staat voor de rechtbank voldoende vast en is voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien dat [de minderjarige] niets meer van de moeder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Daaraan staat niet in de weg dat [de minderjarige] in emotioneel opzicht wel degelijk nog iets van de moeder als ouder kan verwachten en dat zij op regelmatige basis contact met elkaar hebben.
4.9
Ook acht de rechtbank de adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] . Adoptie heeft tot gevolg dat er een familieband ontstaat tussen [de minderjarige] en de duovader en zijn verwanten. Dit past bij de feitelijke situatie dat [de minderjarige] vanaf haar geboorte bij de duovader en de vader als verzorgende ouders opgroeit. Daarnaast is het voor [de minderjarige] van emotioneel belang dat tussen haar en de duovader een familieband ontstaat en past dit bij de al meer dan 14 jaar bestaande intentie van de vaders en de draagmoeder. Gevolg van de adoptie is dat de juridische familieband van [de minderjarige] met de moeder en haar halfbroers en halfzus wordt doorgesneden. Aan de emotionele band die [de minderjarige] met hen heeft, zal dit echter geen afbreuk doen. En nu het op dit moment wettelijk (nog) niet mogelijk is dat alle drie de ouders als juridisch ouder in de registers van de burgerlijke stand worden vermeld, moet het belang van [de minderjarige] dat zij in een familieband tot de duovader komt te staan, in dit geval het zwaarste wegen.
4.1
Nu ook aan alle vereisten in artikel 1:228 BW Pro is voldaan, zal de rechtbank het adoptieverzoek toewijzen. Zij komt dus niet toe aan het subsidiaire verzoek.
geslachtsnaam [de minderjarige]
4.11
Artikel 1:253t, vijfde lid, BW bepaalt dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid vergezeld kan gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Nu de vader en de duovader geen keuze voor de geslachtsnaam van [de minderjarige] hebben gedaan, behoudt [de minderjarige] haar huidige geslachtsnaam.

5.Beslissing

De rechtbank:
5.1
spreekt uit de adoptie van het kind van het vrouwelijk geslacht:
- [naam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
door [verzoeker 2] voornoemd;
5.2
draagt de griffier - op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hoorn;
5.3
draagt de griffier op grond van artikel 2, aanhef en onder k, van het Besluit gezagsregisters op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkers, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.