ECLI:NL:RBNHO:2022:248
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel, rechtsgevolgen blijven in stand
Verzoeker kreeg op 29 december 2021 een huisverbod opgelegd door de burgemeester vanwege een ernstige en onmiddellijke dreiging voor de veiligheid binnen het gezin. Verzoeker stelde dat het besluit onzorgvuldig was genomen, omdat hij niet gehoord was en dat zijn aanwezigheid geen ernstig gevaar vormde. Tijdens de zitting was verzoeker afwezig, maar zijn gemachtigde voerde aan dat verzoeker openstaat voor hulpverlening en het conflict met zijn ouders wil oplossen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, gezien de bedreiging van de vader door verzoeker. Echter, het besluit was onzorgvuldig omdat verzoeker niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven, wat in strijd is met artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd.
Desondanks bepaalde de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de dreiging nog steeds aanwezig is en het huisverbod noodzakelijk is om escalatie te voorkomen en hulpverlening op te starten. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de voortdurende dreiging.