Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[belanghebbende 1]
[belanghebbende 2]
[belanghebbende 3]
[belanghebbende 4]
[belanghebbende 5]
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft verzoeker, tevens bewindvoerder van een legitimaris, een verzoekschrift ingediend gericht op het onder ede horen van executeurs in de nalatenschap van moeder. Tijdens de procedure bleek dat het verzoek feitelijk ging om het vaststellen van de legitieme portie van de legitimaris in de nalatenschap van zowel vader als moeder.
De kantonrechter stelt vast dat het vaststellen van een legitieme portie niet tot zijn bevoegdheid behoort, maar tot die van de rechtbank. Op verzoek van verzoeker en de legitimaris wordt de zaak niet doorverwezen naar de rechtbank, maar beslist de kantonrechter zelf over de verdere procedure.
Uiteindelijk wijst de kantonrechter het verzoek af wegens gebrek aan belang bij het onder ede horen van de executeurs. Gezien de familierechtelijke relatie tussen partijen wordt bepaald dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: Verzoek tot onder ede horen van executeurs wordt afgewezen wegens onbevoegdheid kantonrechter; partijen dragen eigen proceskosten.