ECLI:NL:RBNHO:2022:2383

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 maart 2022
Publicatiedatum
21 maart 2022
Zaaknummer
9411584 / EJ VERZ 21-281
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij vaststelling legitieme portie in nalatenschap

In deze zaak heeft verzoeker, tevens bewindvoerder van een legitimaris, een verzoekschrift ingediend gericht op het onder ede horen van executeurs in de nalatenschap van moeder. Tijdens de procedure bleek dat het verzoek feitelijk ging om het vaststellen van de legitieme portie van de legitimaris in de nalatenschap van zowel vader als moeder.

De kantonrechter stelt vast dat het vaststellen van een legitieme portie niet tot zijn bevoegdheid behoort, maar tot die van de rechtbank. Op verzoek van verzoeker en de legitimaris wordt de zaak niet doorverwezen naar de rechtbank, maar beslist de kantonrechter zelf over de verdere procedure.

Uiteindelijk wijst de kantonrechter het verzoek af wegens gebrek aan belang bij het onder ede horen van de executeurs. Gezien de familierechtelijke relatie tussen partijen wordt bepaald dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Verzoek tot onder ede horen van executeurs wordt afgewezen wegens onbevoegdheid kantonrechter; partijen dragen eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 9411584 / EJ VERZ 21-281
Uitspraakdatum: 17 maart 2022
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker] , voor zichzelf en als bewindvoerder van [rechthebbende] ( [rechthebbende] )
wonende te [woonplaats 1]
verzoeker
verder te noemen: [verzoeker]
en de belanghebbenden

1.[belanghebbende 1]

wonende te [woonplaats 2]
2.
[belanghebbende 2]
wonende te [woonplaats 3]
gemachtigde: [gemachtigde] , echtgenoot
3.
[belanghebbende 3]
wonende te [woonplaats 4] ,
4.
[belanghebbende 4]
wonende te [woonplaats 5]
gemachtigde: mr. W.L.J. van Winden
5.
[belanghebbende 5]
wonende te [woonplaats 6]
inzake
de nalatenschap van [erflaatster], geboren op [geboortedatum] en overleden op [datum] , laatstelijk wonende te [plaats] , hierna: moeder.

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 20 augustus 2021. Bij e-mail van 19 oktober 2021 en brief van 6 januari 2022 heeft [verzoeker] het verzoek nader toegelicht en documenten overgelegd.
1.2.
[belanghebbende 4] heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
Bij brief van 28 januari 2022 heeft de gemachtigde van [belanghebbende 4] het verweer overgelegd van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 5] .
1.4.
Bij brief van 31 januari 2022 heeft [belanghebbende 2] aangegeven zich aan te sluiten bij het verzoek van [verzoeker] .
1.5.
Op 17 februari 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2.Feiten

2.1.
De heer [xxx] (hierna: vader) is overleden op [datum 2] . Moeder is overleden op [datum] . [rechthebbende] is legitimaris in de nalatenschap van moeder en vader. [belanghebbende 2] is erfgenaam in de nalatenschap van vader en legitimaris in de nalatenschap van moeder. De overige belanghebbenden zijn erfgenamen van moeder en vader. [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] zijn executeurs in de nalatenschap van moeder.
2.2.
Partijen hebben een geschil over de berekening van de legitieme porties in de nalatenschap van moeder en vader.

3.De beoordeling

3.1.
Ter zitting is gebleken dat het verzoek van [verzoeker] feitelijk gaat om het vaststellen van de legitieme portie van [rechthebbende] in de nalatenschap van vader en moeder (en dus niet om het onder ede horen van de executeurs zoals in het verzoekschrift staat). De kantonrechter is niet bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, omdat het vaststellen van een legitieme portie tot de bevoegdheid van de rechtbank behoort. Op verzoek van [verzoeker] (en [rechthebbende] ) wordt de zaak niet doorverwezen naar de rechtbank, maar beslist hij zelf hoe hij verder wil met de zaak.
3.2.
De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek tot het onder ede horen van de executeurs bij gebrek aan belang van [verzoeker] zal afwijzen.
3.3.
In de tussen partijen bestaande familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst het verzoek af;
4.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter