Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[verweerder 1]
[verweerder 2]
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 januari 2022 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de nalatenschap van een overledene. Verzoekster, vruchtgebruiker van de woning volgens het testament, verzocht de kantonrechter om aan de erfgenamen een termijn te stellen waarin zij moeten beslissen over de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. De erfgenamen hadden tot dat moment geen keuze gemaakt, ondanks herhaalde verzoeken.
De erfgenamen gaven aan eerst een gesprek te willen voeren met verzoekster om afspraken te maken over de afwikkeling van de nalatenschap en verzochten om een termijn van zes maanden. De kantonrechter oordeelde dat gezien het ontbreken van voortgang in het overleg en de uiteenlopende standpunten, een termijn van één maand redelijk is. Deze termijn gaat in na betekening van de beschikking en inschrijving in het boedelregister.
De kantonrechter wees erop dat het niet tijdig maken van een keuze leidt tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap, tenzij mede-erfgenamen beneficiair aanvaarden. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen. De beschikking is gegeven door kantonrechter J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Erfgenamen krijgen een termijn van één maand om de nalatenschap aan te nemen of te verwerpen.