De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de gedeeltelijke gezagsuitoefening met betrekking tot de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling en medische behandelingen, waaronder orthodontie en vaccinaties, gedurende de uithuisplaatsing. De GI stelde dat er sprake is van een loyaliteitsconflict tussen de ouders, die het niet eens zijn over medische beslissingen zoals de coronavaccinatie, en dat de minderjarige hierdoor beschermd moet worden.
Tijdens de zitting verklaarde de moeder zich akkoord met het verzoek, terwijl de vader aangaf het deels eens te zijn, maar vond dat de minderjarige zelf haar tempo en keuzes moet bepalen. De minderjarige gaf aan dat er op dat moment geen medische kwesties speelden.
De kinderrechter overwoog dat de wettelijke voorwaarden voor gedeeltelijke gezagsuitoefening strikt zijn en bedoeld zijn om essentiële belemmeringen voor de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Er is onvoldoende gebleken dat één van de ouders weigert toestemming te geven voor onderwijs of medische behandeling. Ook was onduidelijk voor welke situaties de gedeeltelijke gezagsuitoefening precies werd verzocht.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 14 maart 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.