ECLI:NL:RBNHO:2022:2132
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, stellende dat de rechter partijdig zou zijn vanwege het toelaten van standpunten van de wederpartij en belanghebbenden zonder direct inhoudelijk oordeel.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit tegendeel bewijzen. De kamer oordeelde dat het geven van ruimte aan partijen om hun standpunt toe te lichten, zonder direct oordeel, geen grond is voor wraking.
Ook de door verzoeker aangevoerde bezwaren tegen andere personen en de rechtbank als geheel konden geen wrakingsgrond opleveren. De kamer concludeerde dat geen aanwijzingen van vooringenomenheid aanwezig waren en wees het verzoek af.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals deze was voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.