Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Dit betekent dat het verzoek om een tegenonderzoek op inhoudelijke gronden zou zijn gestrand. Aldus is door het vernietigen van de goederen geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 359a Sv. De LIV-rapporten kunnen voor het bewijs worden gebruikt.
ten tijde van het voorhanden krijgenvan de goederen heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Dat de RDW op 11 mei 2016 heeft laten weten een nieuw kentekenbewijs te verstrekken voor het voertuig met kenteken [kenteken 12], toont niet aan de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het gestolen motorblok dat in dit voortuig is aangetroffen (gedachtestreepje nummer 8) heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Hetzelfde geldt voor een bij de RDW aangemelde motorfiets waarin een gestolen motorblok is aangetroffen (gedachtestreepje nummer 3) en waarvan de aanvraag voor een kentekenbewijs door de RDW nog in behandeling moet worden genomen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
11 juli 2017, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. Op 19 november 2021 is de zaak voor het eerst inhoudelijk ter terechtzitting behandeld. Het onderzoek ter terechtzitting werd op die datum geschorst, omdat aan de raadsman niet de volledige dagvaarding was verstrekt. De rechtbank wijst vonnis op 8 maart 2022, oftewel vier jaar en (bijna) acht maanden na aanvang van de redelijke termijn.
7.Bijkomende straf
8.Vorderingen benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
180 (honderdtachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.