ECLI:NL:RBNHO:2022:1786

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 februari 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
9617334 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 25 RVV 1990Art. 46 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren buiten vakken in parkeerschijfzone ondanks vergunning

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren buiten de vakken in een parkeerschijfzone. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting was de officier van justitie vertegenwoordigd, betrokkene was afwezig.

De kantonrechter overwoog dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging is begaan. Parkeren buiten de vakken in een parkeerschijfzone is verboden, ook al is parkeren ter plaatse feitelijk mogelijk en ongeacht het bezit van een vergunning. Er was geen sprake van omstandigheden die verwijtbaarheid uitsluiten.

De kantonrechter zag geen reden om de sanctie te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger is dan €70.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete voor parkeren buiten de vakken in een parkeerschijfzone wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9617334 \ WM VERZ 22-6
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 11 februari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 februari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone (niet op zodanig aangeduide park. plts/ langs blauwe streep).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Opmerkingen ambtenaar 1: buiten de vakken geparkeerd in de blauwe zone. (…)”
Artikel 46 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) luidt als volgt:
1. Het is bestuurders van een motorvoertuig verboden binnen een erf te parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven.
2. Indien het erf tevens is aangeduid als parkeerschijf-zone, is ten aanzien van het parkeren van voertuigen artikel 25 van Pro toepassing.
4. De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 46 in Pro samenhang met artikel 25, eerste lid, van het RVV 1990. Hierin is bepaald:
“Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging is begaan. De verbalisant heeft verklaard dat het voertuig buiten de vakken geparkeerd stond in een parkeerschijf zone, hetgeen niet is toegestaan. Dat parkeren ter plaatse feitelijk mogelijk is, doet daaraan niet af. Dat betrokkene in het bezit is van een vergunning maakt niet dat het voertuig ter plaatse geparkeerd mag worden. De boete is dus terecht opgelegd. Er is ook niet gebleken van een situatie die dermate onduidelijk is dat de betrokkene van het verrichten van de gedraging geen verwijt kan worden gemaakt. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding het bedrag van de sanctie te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: