Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
De verwachting is dat betrokkene bij een eventuele veroordeling voor de tenlastegelegde feiten in vele opzichten grote verliezen zal leiden. Sociaal-maatschappelijk, maar met name ook persoonlijk, kan dit grote consequenties voor hem hebben en hem daarbij in een kwetsbare positie brengen. Zijn sociale netwerk is beperkt en daarmee mogelijke steunbronnen.
Gezien de mate van sociale kwetsbaarheid van betrokkene adviseert rapporteur betrokkene een COSA (Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) traject aan te bieden vanuit de reclassering, dit teneinde de sociale kwetsbaarheid en daarmee de kans op eventuele recidive te reduceren.
Rapporteur adviseert betrokkene behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling aan betrokkene op te leggen als een bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf. Daarbij is het aan de behandelinstelling om te bepalen of er een individuele, groepsgewijze danwel deeltijdbehandeling dient plaats te vinden. Rapporteur adviseert langdurig toezicht vanuit de reclassering en betrokkene als onderdeel van de bijzondere voorwaarden een COSA-traject aan te bieden vanuit de reclassering, teneinde het risico op recidive te minimaliseren.
Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een pedofiele stoornis. Betrokkene ervaart al jarenlang seksuele lust gericht op kinderen. Hij heeft kinderporno verzameld, zelf geproduceerd en verspreid en heeft op een voor hem seksueel opwindende wijze chatgesprekken gevoerd over seksuele handelingen met kinderen.
Betrokkene heeft voorts in seksuele zin grensoverschrijdend gedrag vertoond in het contact met [slachtoffer 1] met wiens moeder betrokkene een relatie had.
Ten tijde van het tenlastegelegde, indien bewezen, was er bij betrokkene sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een pedofiele stoornis.
Rapporteur adviseert betrokkene voor het tenlastegelegde, indien bewezen, verminderd toerekeningsvatbaar te achten.
7.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
benadeelde partij [slachtoffer 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 54.650,- ingediend tegen verdachte wegens materiële (€ 27.150,-) en immateriële schade (smartengeld € 27.500,-) die zij als gevolg van de onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit studievertraging ad € 26.900,- en reiskosten ad € 250,-.
benadeelde partij [slachtoffer 2]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 15.000,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade (smartengeld) die hij als gevolg van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
benadeelde partij [slachtoffer 3] , [naam moeder slachtoffer 3]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.464,- ingediend tegen verdachte wegens materiële (€ 1.464,-) en immateriële schade (smartengeld € 1.000,-) die zij als gevolg van het onder 7 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit verlies verdienvermogen van [naam moeder slachtoffer 3] ad € 1.464,-.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
ACHTENVEERTIG (48) MAANDEN.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij
een proeftijd vast van vijf jaren.
Meldplicht bij reclassering (na afspraak)
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot deeltijdbehandeling)
Vermijden contact met minderjarigen
Vermijden kinderporno
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 54.650,-,bestaande uit € 27.150,- als vergoeding voor de materiële en € 27.500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 15.000,-als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.464,-,bestaande uit € 1.464,- als vergoeding voor de materiële en € 1.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.