ECLI:NL:RBNHO:2022:1520

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
9469779 / CV EXPL 21-4826
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:89 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vrijwaring toegewezen in leaseovereenkomst geschil over wanbetaling en frauduleuze handelingen

BMW Financial Services B.V. vordert betaling van openstaande bedragen wegens wanbetaling van een leaseauto die voortijdig is teruggenomen. De leaseovereenkomst is gesloten door de ex-echtgenoot van gedaagde, die stelt dat zij de documenten niet heeft ondertekend en dat sprake is van frauduleuze handelingen.

Gedaagde heeft een incidenteel verzoek tot vrijwaring ingediend om haar ex-echtgenoot te dagvaarden, omdat zij meent dat hij de overeenkomst feitelijk heeft gesloten en gebruik heeft gemaakt van de auto. BMW heeft zich op het oordeel van de kantonrechter beroepen.

De kantonrechter oordeelt dat een veroordeling van gedaagde tot betaling kan leiden tot regres op haar ex-echtgenoot, waardoor het verzoek tot vrijwaring wordt toegewezen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling en de beslissing over kosten wordt aangehouden.

Uitkomst: Verzoek tot vrijwaring van ex-echtgenoot toegewezen en zaak verwezen naar rolzitting voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 9469779 / CV EXPL 21-4826 (SJ)
Uitspraakdatum: 16 februari 2022
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:
de besloten vennootschap
BMW Financial Services B.V. h.o.d.n. BMW Group Financial Service
gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk ZH
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident
verder te noemen: BMW
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. R.G. J. van Ommeren

1.Het procesverloop

1.1.
BMW heeft bij dagvaarding van 24 september 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring genomen. BMW heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.De vordering in de hoofdzaak

2.1.
BMW vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 32.233,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 30.074,12 vanaf 8 september 2021 tot en met de dag van algehele betaling.
2.2.
BWM legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] en [xxx] (hierna: [xxx] ), inmiddels de ex-echtgenoot van [gedaagde] , een leaseovereenkomst hebben gesloten voor de auto BMW 420d Cabrio met kenteken GZ-606-B. De auto is voortijdig teruggenomen in verband met wanbetaling. Voor deze auto zijn diverse facturen onbetaald gebleven, die onder andere zien op: onbetaalde huur, verkeersboetes, eigen risico, inleverschade en kilometerafrekening. Naast deze kosten zijn er kosten in rekening gebracht in verband met de voortijdige beëindiging van het contract.

3.De vordering in het incident

3.1.
[gedaagde] vordert dat haar zal worden toegestaan [xxx] in vrijwaring op te roepen.
3.2.
[gedaagde] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de handtekeningen met haar naam op de leasedocumenten niet door haar zijn geplaatst dan wel dat deze documenten niet door haar zijn ondertekend. Volgens [gedaagde] is er sprake geweest van het plegen van frauduleuze handelingen door [xxx] . [gedaagde] stelt dat zij direct na het ontdekken van deze gang van zaken op 26 mei 2016 aangifte heeft gedaan, dat zij [xxx] met de gang van zaken heeft geconfronteerd en dat [xxx] in een whatsappbericht heeft laten weten dat hij de leaseovereenkomst zonder medeweten van [gedaagde] is overeengekomen. [gedaagde] beroept zich ten aanzien van BMW op artikel 1:89 van Pro het Burgerlijk Wetboek. [gedaagde] stelt dat zij feitelijk niet is staat is aan de vordering van BMW te voldoen omdat [xxx] feitelijk de leaseovereenkomst heeft gesloten en ook het feitelijk gebruik van de auto heeft gehad vanaf het moment van afsluiten van de leaseovereenkomst tot het moment van vrijwillige inlevering van de auto.

4.Het verweer in het incident

4.1.
BMW refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
Een veroordeling van [gedaagde] in de hoofdzaak kan tot gevolg hebben, dat [gedaagde] op grond van haar rechtsverhouding met [xxx] geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [xxx] . Daarom wordt het verzoek toegewezen.
5.2.
De beslissing over de kosten in het incident wordt aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.

6.De beslissing

De kantonrechter:
in het incident:
6.1.
staat [gedaagde] toe [xxx] wonende te [plaats] aan het adres [adres] ( [postcode] ), te dagvaarden tegen de rolzitting van 16 maart 2022 te 09:30 uur om op de eis in de vrijwaring te antwoorden;
in de hoofdzaak:
6.2.
verwijst de zaak naar diezelfde rolzitting voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde] ;
in het incident en in de hoofdzaak:
6.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter