Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 februari 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
: [derde partij] en [derde partij 2] ,te [woonplaats] .
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft vier handhavingsverzoeken ingediend tegen activiteiten zonder omgevingsvergunning op een rijksmonument naast zijn woning. Verweerder heeft deze verzoeken afgewezen omdat er zicht is op legalisatie via een vergunningaanvraag. Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om bouwactiviteiten te stoppen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed. Omdat de vergunningaanvragen reeds zijn ingediend en de beslissing op bezwaar spoedig volgt, ontbreekt het spoedeisend belang. Tevens is gebleken dat er momenteel geen bouwactiviteiten plaatsvinden aan de aanbouw.
Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.