Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Parking aan Zee B.V.
Rechtbank Noord-Holland
Parking aan Zee B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een gedaagde partij wegens het niet-nakomen van een verbintenis, waarbij een beding over aanvullende schadevergoeding uit de algemene voorwaarden aan de orde was.
De kantonrechter heeft in een tussenvonnis van 21 september 2022 de procedure geschetst en de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar standpunt nader toe te lichten. Parking aan Zee heeft toegelicht dat de aanvullende schadevergoeding bedoeld is als prikkel tot nakoming, om verkeersonveilige gedragingen zoals 'treintje rijden' financieel onaantrekkelijk te maken.
De kantonrechter oordeelt dat het beding in redelijke verhouding staat tot het belang van Parking aan Zee en niet als oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 kan worden aangemerkt. De vordering wordt toegewezen, de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 367,77 plus wettelijke rente en proceskosten. De kosten van de extra akte blijven voor rekening van Parking aan Zee.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Het beding over aanvullende schadevergoeding is niet oneerlijk en de vordering wordt toegewezen.