Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Parking aan Zee B.V.
1.Procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
19 oktober 2022;
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van Parking aan Zee B.V. tegen een consument die zich schuldig zou hebben gemaakt aan het zonder betaling verlaten van een parkeerterrein (zogenaamd 'meetreinen'). De eisende partij vordert betaling van het tarief voor een verloren kaart, aanvullende schadevergoeding, incassokosten en rente.
De kantonrechter toetst ambtshalve of het beding in de algemene voorwaarden, dat onder meer een aanvullende schadevergoeding van €300 oplegt bij het zonder betaling verlaten van de parkeerfaciliteit, niet onredelijk bezwarend is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en de artikelen 6:233 e.v. BW. De rechter wijst op het belang van de bescherming van de consument tegen oneerlijke bedingen.
De kantonrechter beveelt de eisende partij om nader toe te lichten waarom het beding niet onredelijk bezwarend is en om haar schade te onderbouwen. Totdat deze nadere informatie is verstrekt, wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en beveelt de eisende partij om haar stellingen en schade nader toe te lichten.