ECLI:NL:RBNHO:2022:12608

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
21 juli 2023
Zaaknummer
10122671 EJ VERZ 22-12
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele zaak

In deze civiele procedure heeft verzoeker op 10 augustus 2022 een verzoek ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De kantonrechter te Rotterdam verklaarde zich relatief onbevoegd en verwees de zaak naar de kantonrechter te Zaanstad. Verweerster maakte geen bezwaar tegen het verzoek.

De kantonrechter beoordeelde het verzoek op grond van artikel 187 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en oordeelde dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk was gezien het ontbreken van bezwaar door verweerster. Het verzoek werd daarom toegewezen.

De kantonrechter bepaalde dat verweerster als getuige zal worden gehoord over de in het verzoekschrift omschreven feiten op 22 december 2022 om 13.30 uur in het gerechtsgebouw te Zaandam. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter P.J. Jansen.

Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is toegewezen met vaststelling van datum en locatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./repnr.: 10122671 / EJ VERZ 22-12
Uitspraakdatum: 11 november 2022
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats 1]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
procederende in persoon
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats 2]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerster]
procederende in persoon.

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft op 10 augustus 2022 ter griffie van de rechtbank Rotterdam, kamer voor kantonzaken, een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ingediend.
1.2.
Bij beschikking van 18 augustus 2022 heeft de kantonrechter te Rotterdam zich relatief onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, verwezen naar de kantonrechter te Zaanstad.
1.3.
Bij brief van 3 oktober 2022 heeft de griffier een kopie van het verzoek en van de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam aan [verweerster] toegezonden en is [verweerster] in de gelegenheid gesteld haar eventuele bezwaren tegen het verzoek vóór 18 oktober 2022 kenbaar te maken.
1.4.
Op 17 oktober 2022 heeft [verweerster] per e-mail laten weten geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van [verzoeker] om haar te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.
1.5.
[verzoeker] en [verweerster] hebben (op 19 oktober 2022 respectievelijk op 7 november 2022) opgave gedaan van hun verhinderdata in de maanden november en december 2022 en verzocht daarmee rekening te houden bij de vaststelling van een datum voor het getuigenverhoor.

2.De beoordeling

2.1.
Voor een omschrijving (van de grondslag) van het verzoek van [verzoeker] verwijst de kantonrechter naar de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 18 augustus 2022, rechtsoverweging 2.1.
2.2.
Ingevolge artikel 187 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt op een verzoek als het onderhavige niet eerder beschikt dan nadat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Omdat [verweerster] heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen een voorlopig getuigenverhoor, kan in dit geval een mondelinge behandeling achterwege blijven.
2.3.
Het verzoek is op de wet gegrond en zal worden toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek toe;
3.2.
bepaalt dat [verweerster] als getuige door de kantonrechter zal worden gehoord over de feiten als in het verzoekschrift omschreven op donderdag 22 december 2022 te 13.30 uur in het gerechtsgebouw aan de Rembrandtstraat 23 te Zaandam, gemeente Zaanstad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter