ECLI:NL:RBNHO:2022:12477
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Urgentieverklaring toegekend aan woningzoekende na verblijf in tijdelijke opvang vanwege relationele problemen
Eiseres verzocht de gemeente om een urgentieverklaring voor woonruimte, welke werd afgewezen omdat niet aan de criteria voor medische of sociale urgentie zou zijn voldaan. Eiseres had haar woning verlaten vanwege relationele problemen en mishandeling door haar ex-partner en verbleef in een tijdelijke opvanglocatie voor moeders. Zij overlegde medische stukken en bewijsstukken ter onderbouwing van haar situatie.
De gemeente handhaafde haar afwijzing, stellende dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet, mede omdat zij niet in een Blijf-huis verbleef en er geen officiële rapportages waren van politie of Veilig Thuis. De voorzieningenrechter stelde echter vast dat de wet geen beperking stelt tot verblijf in een Blijf-huis en dat het essentieel is dat de woning is verlaten vanwege relationele problemen of geweld.
Op basis van de overgelegde stukken, waaronder medische verklaringen, WhatsApp-berichten en het feit dat eiseres in een opvangvoorziening verbleef, concludeerde de voorzieningenrechter dat eiseres onder de wettelijke categorie van urgente woningzoekenden valt. Het bestreden besluit werd vernietigd en de gemeente werd verplicht een urgentieverklaring te verstrekken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter vernietigt het besluit en bepaalt dat eiseres een urgentieverklaring voor woonruimte moet krijgen.