Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht. Hij betwistte de gedraging en stelde dat de verbalisant ten onrechte niet overging tot staandehouding van de bestuurder. De verbalisant noteerde summier dat de bestuurder niet meer te achterhalen was, zonder nadere toelichting.
De officier van justitie erkende ter zitting dat deze summiere verklaring vragen opriep en dat er geen nadere toelichting was gevraagd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het terecht was om af te zien van staandehouding, waardoor de gedraging niet kon worden vastgesteld.
De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de boete ten onrechte op kenteken was opgelegd. De beschikking en beslissing werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de gemachtigde van betrokkene.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 785,25, gebaseerd op het forfaitaire systeem van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van de procedure. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter M.M. Kruithof.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het afzien van staandehouding.