ECLI:NL:RBNHO:2022:12447

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 november 2022
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
10131296 WM VERZ 22-2075
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing afzien van staandehouding bij rood licht

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht. Hij betwistte de gedraging en stelde dat de verbalisant ten onrechte niet overging tot staandehouding van de bestuurder. De verbalisant noteerde summier dat de bestuurder niet meer te achterhalen was, zonder nadere toelichting.

De officier van justitie erkende ter zitting dat deze summiere verklaring vragen opriep en dat er geen nadere toelichting was gevraagd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het terecht was om af te zien van staandehouding, waardoor de gedraging niet kon worden vastgesteld.

De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de boete ten onrechte op kenteken was opgelegd. De beschikking en beslissing werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de gemachtigde van betrokkene.

De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 785,25, gebaseerd op het forfaitaire systeem van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van de procedure. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter M.M. Kruithof.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het afzien van staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10131296 \ WM VERZ 22-2075
CJIB-nummer : 245536600
Uitspraakdatum : 28 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene ontkent dat de gedraging naar aanleiding waarvan de boete is opgelegd, is verricht. Ook is namens betrokkene aangevoerd dat verbalisant ten onrechte niet is overgegaan tot staandehouding van de bestuurder van het betreffende voertuig.
Verbalisant heeft als reden voor het niet staande houden van de bestuurder van het voertuig het volgende in het zaakoverzicht genoteerd:
“Voertuig reed door, bestuurder niet meer te achterhalen.”.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat deze informatie van de verbalisant erg summier is en vragen opwerpt. Hierdoor had er bij de verbalisant verzocht moeten worden om een nadere toelichting, en dat is niet gebeurd. Nu niet kan worden vastgesteld of terecht is afgezien van staandehouding, kan de gedraging niet worden vastgesteld en verzoekt zij de kantonrechter om gegrondverklaring van het beroep.
De kantonrechter is het hiermee eens. Hierdoor moet worden geoordeeld dat de boete ten onrechte op kenteken is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De kantonrechter ziet aanleiding om de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift bij de officier van justitie en bij de kantonrechter ingediend, en is door de officier van justitie gehoord. Per proceshandeling wordt 1 punt toegekend, behalve voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie. Hiervoor wordt een 0,5 punt toegekend.
De waarde van een procespunt voor de fase in beroep bij de kantonrechter is € 759,00. De waardering per punt voor de proceshandelingen in de fase van het administratief beroep is € 541,00. Aangezien de aard van de procedure licht is zal een wegingsfactor van 0,5 worden toegepast. De kantonrechter komt derhalve tot de slotsom dat de proceskostenvergoeding moet worden vastgesteld op een bedrag van
(1,5 X € 541,00 = € 811,50) + (1 X € 759,00 = € 759,00) = € 1.570,50 X 0,5 = € 785,25.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het betalen van de proceskostenvergoeding aan gemachtigde, ad € 785,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: