ECLI:NL:RBNHO:2022:12271
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens niet voldoen aan criteria Huisvestingsverordening
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring om sneller in aanmerking te komen voor een andere woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Castricum wees deze aanvraag af, zowel in het primaire besluit als in het bezwaar. Eiser betoogde onder meer dat zijn huidige woning niet passend is vanwege zijn leeftijd, dat hij psychische klachten heeft en dat hij wordt gediscrimineerd door het personeel van het verzorgingstehuis in het wooncomplex.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 11a van de Huisvestingsverordening Castricum 2019. Hij moet zijn woning buiten eigen schuld verlaten, maar dat is niet het geval. Ook is niet gebleken dat hij binnen zes maanden geen passende woonruimte kan vinden, mede omdat hij niet consequent heeft gereageerd op woningaanbod. De woning is adequaat en geschikt voor hem. Medische en sociale urgentie zijn niet aangetoond, omdat eiser zijn klachten niet met stukken heeft onderbouwd.
Verder is geen sprake van een schrijnende situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt. De problemen met het personeel van het verzorgingstehuis kunnen door eiser elders worden aangekaart. De rechtbank concludeert dat het college terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak werd op 15 december 2022 mondeling uitgesproken door rechter P.H. Lauryssen in aanwezigheid van griffier L.E. Hesselink. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.