ECLI:NL:RBNHO:2022:12259

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juni 2022
Publicatiedatum
8 februari 2023
Zaaknummer
9801030 \ WM VERZ 22-383
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete door rood rijden wegens medische overmacht afgewezen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het door rood rijden bij een verkeerslicht. Hij stelde beroep in tegen deze boete en voerde aan dat hij vanwege medische omstandigheden, namelijk een behandeling aan een wond aan zijn rechterbeen en het plotseling verliezen van kracht in dat been tijdens het rijden, niet tijdig kon stoppen. Hij deed daarom een beroep op overmacht.

De rechtbank Noord-Holland heeft de zaak behandeld en vastgesteld dat de gedraging, het door rood rijden, onbetwist is. De kantonrechter oordeelde dat het beroep op overmacht niet slaagt omdat betrokkene een te groot risico had genomen door zelf te gaan rijden terwijl hij wist van zijn medische situatie. Er had een andere keuze gemaakt moeten worden.

De boete werd daarom terecht opgelegd en blijft voor rekening en risico van betrokkene. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter P.J. Jansen.

Uitkomst: Het beroep op overmacht wordt afgewezen en de boete wegens door rood rijden blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9801030 \ WM VERZ 22-383
CJIB-nummer : 239381846
Uitspraakdatum : 7 juni 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 junu 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene kwam net terug uit het ziekenhuis van een behandeling aan de wond op zijn rechter been en bleek tijdens het rijden opeens geen kracht meer in zijn been te hebben, waardoor hij niet tijdig kon stoppen voor het rode stoplicht.
Betrokkene doet hiermee een beroep op overmacht, maar naar het oordeel van de kantonrechter slaagt dit beroep op overmacht niet. Betrokkene heeft een te groot risico genomen door er voor te kiezen zelf te gaan rijden en had dan ook een andere keuze moeten maken. De boete is dus terecht opgelegd en dient voor rekening en risico van betrokkene te blijven. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: