Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 106.105,00en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officieren van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde
€ 100.535,00.
€ 100.535,00aan de veroordeelde opleggen.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 100.535,00 (honderdduizend vijfhonderdvijfendertig euro).
[veroordeelde]op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 100.535,00 (honderdduizend vijfhonderdvijfendertig euro), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
1080 dagen.