Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 32.910,00en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officieren van justitie
4.Het standpunt van de veroordeelde
€ 33.672,62.
€ 33.672,62aan de veroordeelde opleggen.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 33.672,62 (drieëndertigduizend zeshonderdtweeënzeventig euro en tweeënzestig cent).
[veroordeelde]op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 33.672,62 (drieëndertigduizend zeshonderdtweeënzeventig euro en tweeënzestig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Wijst de vordering voor het overige af.