ECLI:NL:RBNHO:2022:11659
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer harddrugs via Schiphol wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van invoer van ruim 19 kilogram heroïne en 10 kilogram cocaïne via de luchthaven Schiphol, met gebruikmaking van de zogenaamde 'airbag-methode'. Dit betrof een complexe zaak waarin meerdere onderzoeken (Ryeford, Monston en Yimbun) waren samengevoegd vanwege overlap in betrokken verdachten en werkwijzen.
De tenlastelegging omvatte primair het medeplegen van invoer op of omstreeks 26 juli 2018 en subsidiair het medeplegen van voorbereidingshandelingen in de periode van 12 tot en met 28 juli 2018. Het onderzoeksteam had onder meer telefoongesprekken afgeluisterd en bagagecontroles uitgevoerd waarbij een tas met drugs werd aangetroffen.
De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte betrokken was bij de invoer van de aangetroffen drugs. De gesprekken waren te algemeen en er ontbrak concreet bewijs dat verdachte wist dat de gesprekken over heroïne en cocaïne gingen of dat hij betrokken was bij de specifieke tas. Ook subsidiair was onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 20 december 2022 na meerdere zittingen in de periode september tot december 2022.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van invoer van heroïne en cocaïne wegens onvoldoende bewijs.