Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[appellant 1],
1.De procedure
- [appellant 1] en [appellant 2], bijgestaan door mr. Van Beers voornoemd;
- Mr. B.J. Mekkelholt, bewindvoerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek om een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp) gedeeltelijk af te lossen met een bedrag van €4.000,- dat de zoon van de schuldenaren had terugbetaald. De rechter-commissaris had dit verzoek afgewezen omdat de vordering op de zoon tot terugbetaling van het voorschot op studiekosten volgens artikel 295 Faillissementswet Pro (Fw) tot de boedel behoort en de terugbetaling dus ook aan de boedel toekomt.
De schuldenaren stelden dat het onredelijk en onrechtvaardig was dat het bedrag niet kon worden gebruikt om de boedelachterstand te verminderen, omdat de boedel niet benadeeld was door het voorschieten en terugbetalen van de studiekosten. De rechtbank stelde vast dat de studiekosten daadwerkelijk waren betaald en onderbouwd met bankafschriften en een arbeidsovereenkomst van de zoon. De zoon had het bedrag in twee termijnen terugbetaald, waarna het op de boedelrekening was gestort.
Hoewel de vordering op de zoon juridisch tot de boedel behoort, oordeelde de rechtbank dat het verband tussen de vordering en de boedelachterstand zo nauw was dat de betaling van €4.000,- ook de boedelachterstand moest verminderen. Dit voorkwam een onredelijke verrijking van de boedel en hield rekening met het belang van de schuldenaren bij een positieve afwikkeling van de Wsnp. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris en bepaalde dat het bedrag van €4.000,- de boedelachterstand vermindert.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris en bepaalt dat het bedrag van €4.000,- de boedelachterstand vermindert.