ECLI:NL:RBNHO:2022:11526
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet wegens individuele omstandigheden
Eiser ontving sinds 1989 bijstand en kreeg deze beëindigd bij het bereiken van de AOW-leeftijd in november 2020. Verweerder stelde na een melding van de SVB vast dat eisers dochter haar studie in januari 2020 had afgerond en geen studiefinanciering meer ontving, wat niet was gemeld. Hierdoor was de kostendelersnorm van toepassing en werd te veel uitkering ontvangen. Verweerder herzag de uitkering en vorderde €2103,63 terug.
Vervolgens legde verweerder een boete van €435,78 op wegens het niet tijdig melden van deze wijziging, met een verwijtbaarheid van 25%. Eiser voerde aan dat hij niet wist dat zijn dochter was afgestudeerd en dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de gedraging.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden en dit verwijtbaar was. Echter, de rechtbank vond dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals de langdurige situatie op het sociaal minimum, het directe terugbetalen van het teveel ontvangen bedrag en het feit dat eiser geen uitkering meer ontving op het moment van boeteoplegging.
Daarom stelde de rechtbank de boete vast op €0,- en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete en stelt deze vast op €0,- vanwege individuele omstandigheden en evenredigheid.