ECLI:NL:RBNHO:2022:11515
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering voorschot Tozo-uitkering wegens verhuurinkomsten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Haarlemmermeer om een voorschot op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) terug te vorderen vanwege inkomsten uit verhuur. De Tozo is een regeling ter ondersteuning van zelfstandig ondernemers getroffen door de coronacrisis, gebaseerd op de Participatiewet (Pw).
De gemeente had vastgesteld dat eiser inkomsten uit verhuur had, welke als inkomen in aanmerking worden genomen volgens de artikelen 31 en 32 van de Pw. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat bij de vaststelling van het inkomen geen verrekening met verwervingskosten plaatsvindt, waardoor de huuropbrengsten volledig meetellen.
Verweerder is bevoegd tot terugvordering op grond van artikel 58, tweede lid, onder d, van de Pw. De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Argumenten van eiser, waaronder verschillen in andere gemeenten, leiden niet tot een ander oordeel. De gemeente houdt bij invordering rekening met de financiële situatie van eiser.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot terugvordering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het Tozo-voorschot wegens verhuurinkomsten wordt ongegrond verklaard.