Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Inleiding
- alle informatie met betrekking tot de aangetroffen postpakketten die zijn verzonden vanuit Nederland naar de Verenigde Staten, die overeenkomen met de modus operandi;
- alle conversaties die hebben plaatsgevonden met NN, die zich [account] noemt en [online identiteit] met gebruikmaking van PGP-telefoon en e-mail;
- wachtwoorden die zijn verschaft om toegang te krijgen tot de PGP-telefoon.
2.Verzoeken tot aanhouding
in Encrochat-zaken(hetgeen onderhavige zaak niet is) – onvoldoende duidelijk gemaakt welke specifieke gevolgen het stellen van de prejudiciële vragen voor de zaak van de verdachte heeft. Dit geldt temeer nu de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat – kort gezegd – van een samenwerking tussen de Nederlandse en Amerikaanse autoriteiten geen sprake is en daarmee het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan toetsing van de (Amerikaanse) opsporingshandelingen door de Nederlandse strafrechter. De aanvang van het onderzoek, de communicatie en wijze van informatie uitwisseling en de wijze van overheveling van de resultaten van het Amerikaanse onderzoek naar de Nederlandse strafzaak is bovendien toetsbaar. Vooralsnog valt dan ook niet in te zien dat een beslissing van de Hoge Raad op prejudiciële vragen aangaande de toepassing van het vertrouwensbeginsel in Encrochat-zaken relevant zou kunnen zijn voor de onderhavige zaak van de verdachte. Wellicht ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij in deze zaak zelf geen aanleiding ziet om prejudiciële vragen te stellen. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak om de zaak aan te houden in afwachting van de mogelijk nog te stellen prejudiciële vragen. Het daarop gerichte aanhoudingsverzoek wordt dan ook afgewezen.
3.Tenlastelegging
4.Voorvragen
6.Beoordeling van het bewijs
(hierna: [telefoonnummer] ) aan hem toebehoort. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte blijkt dat deze op 19 april 2016 een beweging maakt van Haarlem in de richting Leidschendam en daarna richting Moordrecht en Waddinxveen. Vervolgens straalt [telefoonnummer] zendmasten aan bij Leidschendam en daarna in Gouda. De telefoon van de verdachte heeft dus een beweging gemaakt die past bij het op en neer rijden naar Capelle aan den IJssel. Tevens blijkt uit een vergelijking van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer van de verdachte en dat van [medeverdachte 6] dat zij op 19 april 2016 op diverse momenten dezelfde zendmasten aanstralen. De verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven voor het feit dat uit zijn historische verkeersgegevens blijkt dat hij die dag in de buurt van Capelle aan den IJssel, en daarmee in de buurt van [handelsonderneming] , is geweest. De rechtbank acht op grond van het voorgaande bewezen dat het de verdachte is geweest die samen met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] de Facom-tafels heeft aangeschaft.
7.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Motivering van de sanctie
12-jaarsgrond/geschokte rechtsorde acht de rechtbank niet meer aanwezig, aangezien de ten laste gelegde feiten zich ruim zes jaar geleden hebben voorgedaan en de voorlopige hechtenis van de verdachte sinds 14 november 2017 is geschorst. Nu de verdachte zich na de onderhavige feiten in 2016 niet meer schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit, acht de rechtbank ook de recidivegrond niet langer aanwezig.
10.Verbeurdverklaring
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
13.Beslissing
66 [zesenzestig] maanden.
- 1 STK GSM-toestel SAMSUNG 17-039729-19
- 1 STK GSM-toestel BLACKBERRY porsche 17-039737-4