ECLI:NL:RBNHO:2022:11357

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
9927637
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvArt. 3.5 Landelijk procesreglement rolzaken kanton
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering T-Mobile wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten

De eisende partij, T-Mobile Netherlands B.V., vorderde betaling van openstaande abonnementskosten van de gedaagde partij na ontbinding van de overeenkomst wegens wanbetaling. De overeenkomst betrof data- en telecommunicatiediensten, gesloten in een winkel.

De kantonrechter toetste of T-Mobile had voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW, die bescherming bieden aan consumenten bij verkoop in een verkoopruimte. T-Mobile slaagde er niet in concreet en overtuigend aan te tonen welke essentiële informatie aan de gedaagde was verstrekt.

Hierdoor kon de rechter niet vaststellen dat aan de informatieverplichtingen was voldaan. Tevens voldeed T-Mobile niet aan de stelplicht en onderbouwingseisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro. De vordering, inclusief schadevergoeding voor resterende abonnementstermijnen, werd daarom afgewezen.

De eisende partij kreeg geen gelegenheid tot nadere toelichting vanwege het procesreglement. De proceskosten werden aan T-Mobile opgelegd, vastgesteld op nihil voor de gedaagde partij.

Uitkomst: De vordering van T-Mobile wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de naleving van precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 9927637 \ CV EXPL 22-2080
Uitspraakdatum: 15 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
T-Mobile Netherlands B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van
€ 255,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (resterende) hoofdsom vanaf 2 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
De eisende partij stelt dat zij op 6 juni 2020 in een van haar winkels met de gedaagde partij een overeenkomst met betrekking tot data- en/of telecommunicatiediensten heeft gesloten. De eisende partij heeft de overeenkomst wegens wanbetaling op 4 augustus 2021 ontbonden. De eisende partij vordert nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding wegens de ontbinding daarvan.
(Pre)contractuele informatieplichten ten aanzien van de abonnementskosten
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is binnen de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten concreet aan te geven welke informatie op welke wijze aan de gedaagde partij is verstrekt, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230l BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. De enkele opsomming van de in artikel 6:230l BW genoemde subonderdelen volstaat niet.
Wat is hiervan het gevolg?
2.5.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.6.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. De vordering wordt daarom afgewezen. Dit geldt ook voor het deel van de vordering dat ziet op de (schade)vergoeding voor de resterende abonnementstermijnen wegens de voortijdige ontbinding van de overeenkomst.
2.7.
Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.1.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter