De rechtbank Noord-Holland behandelde op 5 december 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat betrokkene wilsbekwaam is en geen dreigend ernstig nadeel meer ondervindt, omdat hij geen acute suïcidegedachten meer heeft en bereid is medicatie vrijwillig te gebruiken. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene wilsonbekwaam is vanwege het ontbreken van ziektebesef en inzicht, waardoor hij zijn belangen niet redelijk kan afwegen.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van dreigend ernstig nadeel in de vorm van ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang indien betrokkene niet behandeld wordt. De voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, opname en bewegingsbeperkingen, is noodzakelijk, evenredig en effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 5 juni 2023. Tegen deze beschikking staat cassatie open.