ECLI:NL:RBNHO:2022:11351
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing precontractuele informatieplicht
De zaak betreft een civiele procedure tussen de burgerlijke maatschap Dierengeneeskundig Orthopedisch Centrum Amsterdam als eiser en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij vordert op grond van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument.
De kantonrechter stelt vast dat de eiser niet heeft gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW. Er is geen concrete toelichting gegeven over de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, waardoor niet kan worden vastgesteld of aan de informatieplicht is voldaan.
De rechter benadrukt dat het niet aan hem is om zelf informatie te zoeken in het dossier; dit is de verantwoordelijkheid van de eiser. Omdat de eiser niet heeft voldaan aan de stelplicht en de eisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d en artikel 21 Rv Pro, wordt de vordering afgewezen.
De eisende partij wordt niet meer in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten. De proceskosten worden aan de eiser opgelegd, terwijl die voor de gedaagde nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de precontractuele informatieplicht.