ECLI:NL:RBNHO:2022:11316
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inhouding eigen bijdrage Wmo op Wajong-uitkering door CAK via UWV
Eiser maakte bezwaar tegen de inhouding van €799,77 eigen bijdrage Wmo op zijn Wajong-uitkering over december 2020, uitgevoerd door verweerder (UWV) op verzoek van het CAK. De inhouding werd bevestigd in het bestreden besluit, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat UWV bevoegd was om de inhouding te verrichten op grond van artikel 2:55 Wajong Pro en dat UWV slechts hoeft te toetsen of inhouding mogelijk is, tenzij bijzondere omstandigheden zich verzetten. De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid en juistheid van de inhouding ligt bij het CAK.
Eiser stelde dat een hoorzitting had moeten plaatsvinden en dat UWV meer rekening had moeten houden met zijn individuele situatie, maar de rechtbank vond dat UWV terecht afzag van horen omdat er geen twijfel bestond over de inhouding. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden die inhouding onrechtmatig zouden maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.R. ten Berge op 15 november 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding van de eigen bijdrage Wmo op de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.