ECLI:NL:RBNHO:2022:11299
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing WIA-herzieningsverzoek
Verzoeker heeft in 2019 een WIA-uitkering aangevraagd die is afgewezen omdat hij geen verminderde functionele mogelijkheden had binnen de verzekerde periode. Na afwijzing van bezwaren en een verzoek om terug te komen op het besluit, waarbij verweerder bleef bij de afwijzing, stelde verzoeker beroep in en verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening een actueel spoedeisend belang vereist. Verzoeker stelde dat zijn nijpende financiële situatie en de lange duur van de beroepsprocedure spoed rechtvaardigden. Echter, omdat verzoeker een bijstandsuitkering ontvangt die een minimaal inkomen garandeert, is geen sprake van een acute noodsituatie die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
De rechter benadrukt dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang. De schuldeisers moeten rekening houden met de afloscapaciteit van verzoeker. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt en er nog een inhoudelijke reactie van de verzekeringsarts wordt verwacht, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.