Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 642.915,-en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van [veroordeelde] en zijn raadsman
€ 134.990,-bedraagt. [9]
€ 24.587,-. [10]
€ 984,-. [11]
€ 1.700,-bedragen. [12]
€ 107.719,-bedraagt. Dit betekent dat de brutomarge van de 217 verzonden postpakketten uitkomt op een bedrag van in totaal
€ 1.375.001,-.
€ 57.837,-. [13]
€ 8.176,-. [14]
€ 18.900,-.
€ 4.257,‑. [17]
€ 89.170,-.
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 1.285.831,-.
€ 642.915,-.
€ 642.915,-.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 642.915,-(zeshonderdtweeënveertigduizend negenhonderdvijftien euro).
€ 642.915,-(zeshonderdtweeënveertigduizend negenhonderdvijftien euro), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.