ECLI:NL:RBNHO:2022:10881
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voormalige vennoten voor geldlening en vrijwaringsvordering
De rechtbank Noord-Holland behandelde een civiele zaak waarin eiser een geldlening van €25.000 had verstrekt aan een vennootschap onder firma (v.o.f.), waarvan de twee gedaagden voormalige vennoten waren. Na ontbinding van de v.o.f. bleven de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de lening. De aflossingen en rentebetalingen werden niet voldaan sinds oktober 2021.
Eiser vorderde betaling van het openstaande bedrag van €13.090,98 plus wettelijke rente van beide voormalige vennoten. Eén vennoot erkende de vordering, de ander betwistte deels dat hij nog aansprakelijk was omdat de schuld zou zijn overgenomen door de andere vennoot. De kantonrechter oordeelde dat er geen mondelinge instemming was van eiser om de schuld volledig over te dragen, mede omdat een concept-overeenkomst niet was ondertekend.
In de vrijwaringszaak vorderde de betwiste vennoot dat de andere vennoot hem zou vergoeden voor het deel van de schuld dat hij moest betalen. Deze vordering werd eveneens toegewezen. De kantonrechter veroordeelde beide vennoten hoofdelijk tot betaling aan eiser en veroordeelde de andere vennoot tot vergoeding aan zijn medevennoot, met veroordeling in proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voormalige vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de lening en proceskosten, met een toegewezen vrijwaringsvordering tussen hen.