ECLI:NL:RBNHO:2022:10838

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
10172182 \ CV EXPL 22-6395
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-nakoming precontractuele informatieplichten consument

PHYSIQ B.V. heeft een civiele procedure aangespannen tegen een consument, waarbij verstek is verleend tegen de gedaagde partij. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan deze informatieplichten is voldaan, ook zonder dat de gedaagde partij verweer heeft gevoerd. PHYSIQ B.V. heeft nagelaten concreet en onderbouwd te stellen op welke wijze zij aan deze plichten heeft voldaan en heeft onvoldoende toegelicht welke relevante informatie in de overgelegde producties is terug te vinden.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d en artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet de eis en de gronden daarvan duidelijk worden vermeld en moeten de feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd en de gedaagde partij wordt nihil kosten toegekend.

Uitkomst: De vordering van PHYSIQ B.V. wordt afgewezen wegens het niet aantonen van naleving van de precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10172182 \ CV EXPL 22-6395
Uitspraakdatum: 7 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
PHYSIQ B.V.
gevestigd te Hoofddorp
de eisende partij
gemachtigde: mr. D.J. Mensink (MICTA)
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten een concrete, op deze zaak toegespitste, toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie is gegeven over de (pre)contractuele informatieplichten. Weliswaar heeft de eisende partij producties bij de dagvaarding overgelegd, maar producties kunnen stellingen enkel ondersteunen. De partij die producties overlegt, moet namelijk inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. Het is dus aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie in welke productie/welke schermafdruk te vinden is (door belangrijke onderdelen bijvoorbeeld te arceren). Bij gebrek aan (voldoende) stellingname gaat de kantonrechter voorbij aan het bewijsaanbod van de eisende partij. Bovendien is dit bewijsaanbod niet specifiek genoeg.
Wat is hiervan het gevolg?
2.3.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.4.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter