ECLI:NL:RBNHO:2022:10823

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
10079723 CV EXPL 22-5216
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvRichtlijn 2011/24/EURichtlijn 93/13/EEG
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplichten bij diergeneeskundige behandeling

De eisende partij, een dierenkliniek, heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een geschil over een overeenkomst voor diergeneeskundige behandelingen. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank overweegt dat de zorg aan dieren geen gezondheidszorg in de zin van de Europese Richtlijn 2011/24/EU betreft, waardoor de uitzonderingsgrond voor ambtshalve toetsing van consumentenbescherming niet van toepassing is. De kantonrechter benadrukt dat de Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen ook van toepassing is op standaardovereenkomsten voor diergeneeskundige zorg, en dat de eisende partij moet voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten.

De eisende partij heeft echter nagelaten te stellen en te onderbouwen dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan, noch is toegelicht hoe en waar de overeenkomst tot stand is gekomen. Hierdoor voldoet zij niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d en artikel 21 Rv Pro. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de eisende partij in de proceskosten, die voor de gedaagde partij nihil worden vastgesteld.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10079723 CV EXPL 22-5216
Uitspraakdatum: 7 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AniCura ’t Leidse Land B.V., handelend onder de naam,
Dierenkliniek ’t Leidse Land, als rechtsopvolger van de maatschap,
[maatschap]
gevestigd te Leiderdorp
de eisende partij
gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot het verlenen van diergeneeskundige behandelingen. De eisende partij heeft gesteld dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht en de daaruit voortvloeiende ambtshalve toetsing niet van toepassing zijn in zaken waarin sprake is van medische dienstverlening. De kantonrechter begrijpt dat de eisende partij daarmee een beroep doet op de uitzonderingsgrond van artikel 6:230h lid 2 onder d van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.2.
De uitzondering van laatstgenoemd artikel betreft gezondheidszorg zoals omschreven in artikel 3 onder Pro a van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (Pb L 88/45). Onder ‘gezondheidszorg’ wordt in dat artikel verstaan: gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden verstrekt om de gezondheidstoestand van deze laatsten te beoordelen, te behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Onder ‘patiënt’ wordt in artikel 3 onder Pro h van diezelfde richtlijn verstaan: een natuurlijk persoon die in een lidstaat gezondheidszorg wenst te ontvangen of ontvangt. In dit geval is echter geen sprake van een gezondheidsdienst die aan een natuurlijk persoon wordt verleend. Er is namelijk zorg verleend aan een dier. Die door de eisende partij verleende zorg valt daarom niet onder de definitie van gezondheidszorg als bedoeld in voornoemde richtlijn. Daarom is de uitzondering van artikel 6:230h lid 2 onder d BW hier niet van toepassing.
2.3.
De kantonrechter overweegt dat Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten ook ziet op standaardovereenkomsten met betrekking tot diergeneeskundige behandelingen. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het BW worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Zij heeft nagelaten toe te lichten waar en op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen en op welke wijze zij bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de in die situatie op haar rustende informatieplichten.
Wat is hiervan het gevolg?
2.5.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.6.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter