ECLI:NL:RBNHO:2022:10660

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
1 december 2022
Zaaknummer
10031023 \ CV EXPL 22-4607
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 3:40 lid 2 BWArt. 3:41 BWArt. 6:193b BW
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging overeenkomst wegens schending consumenteninformatieplicht

De eisende partij, een buitenlandse vennootschap, heeft de gedaagde consument gedagvaard wegens een vordering uit een overeenkomst op afstand. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de wettelijke precontractuele en contractuele informatieplichten is voldaan, zoals voorgeschreven in de artikelen 6:230m en 6:230v BW ter bescherming van de consument. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat aan de precontractuele informatieplichten is voldaan, maar niet aan de contractuele informatieplicht, omdat essentiële informatie zoals contactgegevens, betalingswijze, leveringsvoorwaarden en herroepingsrecht ontbraken op de factuur en niet aannemelijk was dat deze elders toegankelijk waren.

Op grond van jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad moet een schending van deze informatieplichten worden bestraft met passende, afschrikwekkende en evenredige maatregelen. De kantonrechter vernietigt daarom de overeenkomst gedeeltelijk voor 25% van de hoofdsom en wijst een aangepaste vordering toe. Tevens worden buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente toegekend en wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De overeenkomst wordt gedeeltelijk vernietigd voor 25% van de hoofdsom en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10031023 \ CV EXPL 22-4607
Uitspraakdatum: 19 oktober 202
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
Alektum Capital ll AG.
gevestigd te Zug (Zwitserland)
de eisende partij
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder R. Slagman
tegen
[gedaagde]
wonende in de gemeente [gedaagde]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
De precontractuele informatieplichten
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de eisende partij met de door haar overgelegde stukken en toelichting daarop voldoende onderbouwd toegelicht dat bij het sluiten van de overeenkomst is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
2.3.
De in artikel 6:230m lid 1, onder a, e, o en p, BW genoemde informatie dient op een duidelijke en in het oog springende manier en onmiddellijk voordat de consument zijn bestelling plaatst, te worden verstrekt (artikel 6:230v lid 2 BW). De eisende partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat aan deze wettelijke eis is voldaan.
De contractuele informatieplicht
2.4.
De eisende partij vindt dat zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 6 en/ of lid 8 BW (de kantonrechter begrijpt: 6:230v lid 7 onder a BW en zal dat in het vervolg van dit vonnis ook zo verbeterd lezen). Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij verwezen naar productie 3. Productie 3 bevat niet zoals de eisende partij stelt een bevestigingsmail, maar een factuur. Hoewel een factuur als een duurzame gegevensdrager (in de zin van artikel 6:230g onder h BW) kan worden aangemerkt, bevat deze factuur niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Zo ontbreekt het telefoonnummer en het e-mailadres van de handelaar. Daarnaast ontbreekt informatie over de wijze van betaling, levering en de termijn waarbinnen de handelaar zich verbindt de zaak te leveren. Voorts ontbreekt informatie over het herroepingsrecht (artikel 6:230m lid 1 onder c, g en h BW). De stelling van de eisende partij dat de betreffende informatie (ook) is te raadplegen in het persoonlijke account van de gedaagde partij, is niet onderbouwd met stukken.
2.5.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat de eisende partij niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW heeft voldaan en zal daarvoor een sanctie toepassen.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.6.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.7.
In deze zaak heeft de eisende partij de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 25% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
Gelet op het voorgaande is van de oorspronkelijke hoofdsom van € 219,9‬0, een bedrag van € 164,93 (€ 219,9‬0 x 0,75) toewijsbaar.
2.9.
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van
€ 40,00.
2.10.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.11.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 204,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 164,93 vanaf 13 juli 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter